Samenvatting – Faillissement Fa. A. Weststrate Jzn.

Krabbendijke, Zeeland  ·  Egyptische Uientransactie 1954  ·  Curator: Mr. F.W. Adriaanse, Middelburg

Context: Deze samenvatting van Claude.ai brengt de twee accountantsrapporten uit 1955 samen die de financiële gevolgen van de Egyptische uientransactie 1954 vastleggen. Het eerste rapport (5 april 1955) stelt het totale verlies vast en inventariseert vorderingen en schulden. Het tweede (18 juni 1955) brengt de nog openstaande vorderingen op Duitse debiteuren in kaart. Samen vormen zij de grondslag voor de afwikkeling van het faillissement, dat uiteindelijk leidde tot de oprichting van N.V. Westimex te Krabbendijke in 1955.
I  — Egyptische Uientransactie 1954 Rapport 5 april 1955 · Vermogensopstelling per 27 oktober 1954

Dit accountantsrapport, opgesteld in opdracht van curator Mr. F.W. Adriaanse te Middelburg, onderzoekt de grootschalige inkoop en wederverkoop van Egyptische uien door Fa. A. Weststrate Jzn. te Krabbendijke — de transactie die rechtstreeks aanleiding gaf tot het faillissement van de firma.

Omvang van de transactie

In het seizoen 1954 kocht Weststrate bij diverse Egyptische verladers in totaal 177.800 zakken à 25 kg uien in, goed voor circa 4,445 miljoen kilogram, voor een totale aankoopprijs van E.£. 57.153,80. De goederen werden verscheept naar drie Europese havens: Rotterdam (het leeuwendeel, E.£. 45.102), Triëst (E.£. 7.532) en Hamburg (E.£. 4.520). Garanties werden verstrekt door de N.V. Twentsche Bank voor Hamburg en Rotterdam, en door Fr. Egel te Triëst voor de Triëst-incasso's.

Rampzalige afloop: massaal bederf

De transactie liep volledig mis door een massale kwaliteitsval. Meer dan 1,2 miljoen kg uien bleek onverkoopbaar en moest worden vernietigd wegens bederf — met name in de depots te Bochum (560.000 kg), Wuppertal (194.000 kg), Kaldenkirchen/Frans Maas (110.000 kg) en Herne (131.000 kg). Officiële vernietigingsrapporten werden niet overal afgegeven; in die gevallen werd het bederf vastgesteld aan de hand van correspondentie.

Door de prijsterugval en het massale bederf konden kopers hun betalingen niet voldoen. De Twentsche Bank moest als garant optreden en betaalde uiteindelijk meer dan f 362.000 rechtstreeks aan Egypte en aan Nederlandse crediteuren, voor rekening van Weststrate.

Betalingen aan Egypte — recapitulatie

Door kopers rechtstreeks via Rheinisch Westf. Bank, DüsseldorfE.£. 24.031
Door Fa. Weststrate (IJsland-posten + eigen D.M.-konto)E.£.   1.624
Door Twentsche Bank op grond van garantiesE.£. 28.995
Totaal betaaldE.£. 54.650
Nog te betalen (Triëst-incasso's, garant Fr. Egel)E.£.   2.504
Totale aankoopprijs uienE.£. 57.154

Financieel eindresultaat — Bijlage V (in Deutsche Marken)

Aankoopprijs uien (E.£. 57.154 à 149)D.M. 851.592
Bijkomende kosten (vracht, opslag, gerecht, NL-kosten)D.M. 690.903
Opbrengsten en doorberekende kosten (ontvangen)D.M. 832.238
Totaal verlies op de Egyptische transactieD.M. 710.257

Openstaande posten per faillissementsdatum

Aan de debietkant stonden nog vorderingen op afnemers in Duitsland van D.M. 36.822 (exclusief diverse p.m.-posten). Aan de creditzijde bedroegen de schulden aan Duitse crediteuren D.M. 153.707 — met name Kühl- en opslagloodsen in Bochum, Herne en Kaldenkirchen — en aan Nederlandse crediteuren f 27.724. De Twentsche Bank had per saldo f 362.151 voor rekening van Weststrate voldaan.

II  — Vorderingen Duitsland — Faillissement Fa. Weststrate Rapport 18 juni 1955 · Accountantskantoor v/h W. Kreukniet · Brief aan Mr. F.W. Adriaanse, curator

Dit vervolgrapport geeft een overzicht van de openstaande vorderingen van Fa. Weststrate op Duitse debiteuren, behandeld door advocaat en incassogemachtigde Dr. H. Schütt te Düsseldorf. Het rapport signaleert dat de administratie bij Weststrate nog niet volledig was bijgewerkt, waardoor de volledigheid van de vorderingen niet met zekerheid kon worden vastgesteld.

Lopende dossiers bij Dr. Schütt (Bijlage I — 33 zaken)

Een gedetailleerde bespreking van individuele vorderingen, grotendeels daterend uit de periode 1950–1954, laat een somber beeld zien. De overgrote meerderheid van de schuldenaren was geheel of gedeeltelijk insolvent: faillissementen, overlijdens, ontwijkende schuldenaren, en processen die jarenlang sleepten zonder resultaat. Zo vertegenwoordigde de zaak-Havenaar een restantvordering van D.M. 6.000 waarbij de schuldenaar was overleden; bij Barenberg werd D.M. 6.872 door de rechter toegewezen maar niets geïncasseerd wegens volledig onvermogen; Osterkamp werd op 15 september 1954 als hopeloos stopgezet na jaren van vergeefse incassopogingen.

Een minderheid van de dossiers toonde nog enig perspectief: bij E. Lechner liep nog een beroepszaak met enige kans op succes (verwachte uitspraak 30 september 1955); bij Jantschek was een schikking van 40% bereikt en waren gedeeltelijke betalingen ontvangen.

Recapitulatie — Tegoed Fa. Weststrate in Duitsland

Saldo te vorderen van Dr. Schütt (per 16 november 1954)D.M.  5.711
Saldo Rheinisch Westf. Bank — beschränkt D.M.-konto 02447D.M.  5.758
Saldo Rheinisch Westf. Bank — Ausländer Sperrkonto 2003D.M.    489
Vorderingen op debiteuren uientransactie 1954 (Bijlage IV)D.M. 31.063
Nader af te doen zaken bij Dr. Schüttp.m.
Totaal bekend tegoed in Duitsland≥ D.M. 43.021

De bankrekeningen bij de Rheinisch Westfälische Bank te Düsseldorf (drie rekeningen over de periode 1952–1954) worden in detail weergegeven, zodat de curator kon nagaan of de saldi overdraagbaar waren naar Nederland. De rekening-courant van Dr. Schütt over de periode 27 januari 1951 tot 16 november 1954 sloot met een saldo van D.M. 5.711,38 ten gunste van Weststrate; latere mutaties na 16 november 1954 konden door ontbrekende gegevens niet worden verwerkt.

Samenhang tussen beide rapporten

Beide rapporten vormen samen de financiële onderbouwing voor de afwikkeling van het faillissement. Het eerste stelt het totale verlies vast — D.M. 710.257 — en inventariseert alle schulden en vorderingen per 27 oktober 1954. Het tweede toont dat van het merendeel der uitstaande vorderingen in Duitsland weinig tot niets meer te verwachten viel.

De Egyptische uientransactie van 1954 leidde uiteindelijk tot de oprichting van N.V. Westimex te Krabbendijke als opvolgend vehikel in 1955.