Samenvatting van de accountantsrapporten 1946–1954, samengesteld door Claude.ai
N.V. Groentenconservenfabriek "Zuid-Beveland" werd te Krabbendijke geëxploiteerd als groenteconservenfabriek met een eigen teeltafdeling. Het aandelenkapitaal bedroeg f 100.000,— (100 aandelen à f 1.000,— nominaal) en bleef gedurende de gehele beschouwde periode ongewijzigd. De obligatielening van f 32.000,— (5%) en de hypotheek op onroerend goed waren reeds vóór de bestudeerde periode aangegaan.
De fabriek produceerde voornamelijk spinazie, doperwten, sperciebonen, snijbonen, wortelen, andijvie, tomatenpuree en appelmoes in blik, aangevuld met kleinere hoeveelheden vruchtenconserven, soepgroenten en jam. Vanaf 1947/48 werd ook selderij en andijvie in vaten gezouten; in 1949/50 startte de productie van limonadesiroop.
In 1953 onderging de vennootschap een diepgaande reorganisatie: de conservenproductie werd gestopt, oude voorraden werden geliquideerd en het machinepark ingekrompen. De naam werd gewijzigd in N.V. Handel- en Industriemaatschappij "Zuid-Beveland", en de nieuwe activiteit werd de fabricage van bouwplaten (persborden van vlasscheven en kunsthars). De accountant (W. Kreukniet) bleef dezelfde gedurende de gehele periode.
Overkoepelend resultaat (gecumuleerd, boekjaar 1945/46 t/m 1953/54)
| Totaal winsten (1945/46 + 1946/47 + 1948/49 + 1949/50) | f 387.341 |
| Totaal verliezen (1947/48 + 1950/51 + 1951/52 + 1952/53) | – f 343.540 |
| Gecumuleerd netto-resultaat 1946–1954 | ± f 43.800 |
Balanstotalen en eigen vermogen
| Peildatum | Balanstotaal | Eigen vermogen |
| 30 april 1946 | f 306.072 | f 125.000 – verlies f 18.165 |
| 30 april 1947 | f 584.161 | f 125.000 + winst f 203.222 |
| 1 mei 1947 (fiscaal) | f 646.915 | f 317.428 |
| 1 mei 1948 | f 579.558 | f 247.472 (incl. nog niet vastgestelde winst) |
| 1 november 1948 (tussentijds) | f 923.299 | f 241.671 + brutowinst f 247.552 (voor bel.) |
| 30 april 1948 (definitief) | ±f 580.000 | f 125.000 – verlies f 56.788 na res. |
| 30 april 1949 | f 543.781 | f 273.084 |
| 30 april 1950 | f 806.951 | f 292.538 |
| 30 april 1954 | f 435.480 | f 95.115 |
Langlopende schulden
De obligatielening (5%, f 32.000,—) bleef de gehele periode ongewijzigd. De hypotheek (aanvankelijk 4½%, f 80.000,—) werd stelselmatig afgelost: per 30 april 1947 was f 24.000 afgelost (saldo f 56.000), daarna jaarlijks f 3.000. In 1951/52 werd een nieuwe hypotheek afgesloten (4%, f 100.000,—) en werd tevens een lening bij de Maatschappij tot Financiering van Nationaal Herstel N.V. (Herstelbank) van f 100.000,— aangegaan, zodat het vreemde vermogen op lange termijn in 1954 f 232.000,— bedroeg.
De productie van de conservenfabriek groeide sterk na de oorlog: in 1945/46 werden ca. 390.000 liter geproduceerd; in 1946/47 ruim 1,5 miljoen liter. Het scala aan producten was breed: spinazie, doperwten, sperciebonen, snijbonen, wortelen (geschrapt en gesneden), andijvie, tomatenpuree en appelmoes vormden de kern. In 1946/47 werden ook doperwten met wortelen, soepgroenten en vruchten/jam toegevoegd; in 1948/49 verscheen babyvoeding als nieuw product.
In het rampzalige boekjaar 1947/48 moest ruim 93.000 liter worden vernietigd of afgekeurd wegens defecte sluitmachines; de directe productiekosten hiervan bedroegen f 32.974. Zonder dit verlies zou het resultaat circa f 60.000 gunstiger zijn uitgevallen.
Vaste activa (machines) – aanschaffingen
In 1946/47 werd grootschalig geïnvesteerd in nieuwe machines: totaal ruim f 134.000,— waarvan ca. f 90.000 nog niet in gebruik. In 1947/48 en 1948/49 werden verdere investeringen gedaan. In 1953/54, bij de omschakeling naar bouwplaten, werd een hydraulische pers ("Friz"), een pompagregaat en diverse hulpinstallaties aangeschaft voor een totaal van ca. f 110.500,—; alle machines werden geherwaardeerd naar taxatiewaarde.
Teeltafdeling
De teeltafdeling verbouwde jaarlijks spinazie, doperwten, sperciebonen, snijbonen, wortelen en kroten op eigen gepachte gronden. De opbrengsten werden intern geboekt tegen de gemiddelde CBS-veilingprijs van het betreffende jaar. Sperciebonen en snijbonen waren structureel de meest rendabele gewassen; doperwten, wortelen en kroten waren in meerdere jaren verliesgevend. In 1947/48 mislukten de gewassen door een uitzonderlijk droge zomer.
Accountant W. Kreukniet gaf elk jaar een niet-goedkeurende verklaring af (met uitzondering van de 1946-balans, waarbij een beperkt voorbehoud werd gemaakt). De volgende tekortkomingen werden herhaaldelijk gesignaleerd:
In 1946/47 gaf de accountant richtlijnen voor verbetering van de administratie, maar deze werden ook in de jaren 1947/48 en 1948/49 slechts gedeeltelijk ingevoerd. In 1948/49 was bovendien een directie-incident: directeur C. Lammerts bleek op eigen naam gronden te hebben gepacht en groenten te hebben geteeld, wat in strijd was met de statuten (art. 13). Hij ontving bij zijn ontslag f 15.000,— waarvan f 11.235,01 verrekend werd met zijn statutair tantième.
Op 14 oktober 1954 stelde accountantskantoor W. Kreukniet de koerswaarde van de aandelen vast. De methode was het gemiddelde van intrinsieke en rentabiliteitswaarde, verminderd met 10% incourantheidskorting (aandelen op naam met statutaire beperkingen op verhandeling).
| Intrinsieke waarde (eigen vermogen per saldo) | f 95.115 |
| Rentabiliteitswaarde | f 0 |
| Gemiddelde | f 47.558 |
| Af: 10% incourantheidskorting | – f 4.756 |
| Koerswaarde totaal aandeelenkapitaal | ± f 42.802 |
De rentabiliteitswaarde werd op nihil gesteld omdat de cumulatieve resultaten over 1946/47 t/m 1952/53 een negatief saldo gaven van f 119.213, én vanwege de nog lopende verplichtingen jegens de Herstelbank en een aandeelhouder (Dhr. Th. van 't Hoff). De koerswaarde bedroeg daarmee 43% van nominaal (f 430 per aandeel).